Grazie
ed . . . arrivederci ! !
Bridge leren?
Zo moet je je kaarten sorteren!
Een zgn. 1 SA hand (1 Sans Atout=zonder troef) en 15 - 17 punten. Hier dus 17. En een evenwichtige verdeling. Schop de Harten door de Ruiten in de Klaveren! een ezelsbruggetje voor de kleurvolgorde van b o v e n af!!!

Bridge. Geschiedenis.

Even een opmerking vooraf. Deze draad over bridge bevat ook een aantal lessen. Als je die lessen hebt doorgeworsteld, zoú je kunnen bridgen. Maar ik zou je toch adviseren een bridgedocent te zoeken als je wilt leren bridgen. Dat kan via een bridgeclub, of via de N.B.B.  www.bridge.nl   Bridge leren van een docent in een leuk groepje is ook veel leuker en biedt veel voordelen.

Succes ermee!

Van de vele sporten waarin de mensen in deze wereld hun vermaak vinden, is contractbridge waarschijnlijk het meest verbreid. De Engelsen zweren bij cricket, de Fransen zijn gek op wielrennen, de Russen zijn schaakfanatici en de Amerikanen noemen honkbal de nationale sport, maar alle nationaliteiten spelen bridge.

Wat Alexander de Grote, Caesar en Napoleon niet voor elkaar konden krijgen, lukte bridge. Het doorbrak de landsgrenzen en het bracht een taal in de wereld die door al zijn aanhangers wordt gesproken. Het vult de vrije tijd van Arabieren en Indiërs, van bankiers en taxichauffeurs.

Het is niet bekend wie het bridgespel heeft uitgevonden. Slechts een ding kan met enige zekerheid worden gezegd, namelijk dat het is afgeleid van whist. Bij whist worden 52 kaarten onder vier mensen verdeeld en troef wordt bepaald door de laatste kaart om te draaien. Dit spelletje werd drie eeuwen lang door bijna iedere Engelsman gespeeld.

Maar hoe is whist bridge geworden? Hier verlaat de geschiedschrijver de historische paden om zich te begeven in de moerassen van chauvinistische veronderstellingen en tegenspraken. De Russen beweren dat bridge een mengelmoes is van whist en het populaire Russische spel 'Vint' en dat het woord 'bridge' is afgeleid van  'biritch'.  De Turken zeggen dat bridge reeds in 1860 in Constantinopel werd gespeeld. De Fransen houden vol dat het aan de Rivièra als  'khedive' gespeeld werd.

Het begin van het bridgespel in Engeland stamt gedocumenteerd uit 1894, toen Lord Brougham, zo juist uit Frankrijk teruggekeerd waar hij het spel had geleerd, de kaarten gaf voor een partij whist in de Portland Club.  Hij vergat de laatste kaart als troef te draaien.  'Oh', verontschuldigde hij zich, 'ik dacht dat ik bridge speelde'. Andere leden toonden belangstelling en na een paar maanden werd er in de Portland Club meer bridge dan whist gespeeld. Waarschuwende stemmen lieten zi horen. De beroemde Cavendish, grootmeester van het whist-spel, vond bridge belachelijk en vervelend. Hij weigerde naar de Portland Club te gaan en verklaarde: "Het is onsmakelijk om de whist-tempel zo ontheiligd te zien". Het zij gezegd dat Cavendisch na een paar jaar spijt betoonde en verkondigde: "Er bestaat geen enkel kaartspel ter wereld waarin kundigheid, gezond oordeel en inzicht in de bedoelingen van de tegenstanders met meer succes wordt bekroond dan bij bridge".

Het spel was deftig en formeel. Men speelde geen kaart vóór zonder te vragen: "Partner, mag ik uitkomen?" En de partner antwoordde dan: "Heel graag, alstublieft".

Volgens de Amerikanenis bridge ontstaan op 1 november 1925 tijdens een boottocht met het stoomschip 'Finland' van San Francisco naar New York. Aan boord waren Harold S. Vanderbilt en een aantal vrienden en de verveling werd de moeder van de uitvinding. Op die eerste november speelde men auctionbridge, verwant aan whist, en Vanderbilt introduceerde een aantal principes die hij had ontleend aan het Franse spel Plafond. Hij presenteerde een door hem ontworpen scoretabel en noemde het spel contractbridge.

Het nieuwe spel greep snel om zich heen. In 1928 werd het eerste nationale kampioenschap gespeeld om de 'Vanderbilt Cup'.  In 1929 verscheen het eerste nummer van Bridge World Magazine, het eerste blad gewijd aan het nieuwe spel. Een paar jaar later had contractbridge, ook buiten Amerika, de strijd gewonnen en werd auctionbridge nagenoeg niet meer gespeeld. De sleutel tot dit succes was ongetwijfeld Vanderbilts scoretabel en het is een eer voor hem dat zijn tabel, met uitzondering van een paar kleine veranderingen, heden ten dage nog steeds wordt gebruikt.

Omstreeks 1925 verscheen een jonge sluikharige man ten tonele, bezeten van enthousiasme. Ely Culbertson, deels een bridge-genie, deels een tovenaar en waarschijnlijk de enige ter wereld die via het bridgespel miljonair is geworden. Hij weekte bridge los uit de sfeer van siciëteiten en chique clubs en introduceerde het in de huiskamer. Hij ontwikkelde een systeem datt nog steeds wordt gespeeld; hij schreef theorieboeken en speelde samen met zijn vrouw Josephine demonstratiewedstrijden. Mede dank zij dit echtpaar werd bridge waanzinnig populair. De dagelijkse bridgerubrieken in de kranten worden thans door zo'n 50 miljoen Amerikanen gelezen.

In Nederland werd bridge populair omstreeks 1930, vooral onder invloed van de broers Frits en Ernst Goudsmit die hub geweldige bridgegaven - ze waren internationaal een gevreesd duo - paarden aan geweldige publicistische gaven. In de naoorlogse jaren was het Herman W. Filarski die enorme impulsen heeft gegeven aan de popularisering van het bridgespel.

De N.B.B. te Utrecht telt momenteel zeker bijna 200.000 leden en behoort daarmee tot de tien grootste sportbonden van ons land. Op de wereldranglijst van grote bridgenaties neemt Nederland een prominente plaats in.

Internationaal boekte Nederland een groot succes toen Krijns-Slavenburg in 1966 wereldkampioen werden.Een prestatie die Maas-Rebattu in 1982 bijna herhaalden; zij werden tweede  nadat ze door de computer aanvankelijk tot winnaars waren verklaard.Het Nederlandse vrouwenteam won in 1989 zilver bij zowel het EK als WK; de Nederlandse mannen deden in 1992 van zich spreken door brons te winnen bijde Olympiade in Salsomaggiore (It.), een prestatie die overigens eerder werd geleverd bij de Olympiade in 1980 toen Nederland gastheer was in het Limburgse Valkenburg.

Vermeldenswaard is tenslotte dat bridge het enige kaartspel is dat over de gehele wereld volgens dezelfde regels wordt gespeeld. 

Introductie tot slagen maken.

 

Bridge wordt gespeeld door 4 spelers. Twee tegenover elkaar zittende spelers vormen een paar; zij zijn partners. We spreken ook wel van een partnership.

 

De spelers worden aangeduid met noord, oost, zuid en west. Noord speelt samen met zuid, oost met west. Het paar noord-zuid is dus de tegenstander van het paar oost-west en omgekeerd.

Het spel wordt gespeeld met 52 kaarten die aan het begin één voor één worden gegeven. De gever (dealer) deelt de eerste kaart uit aan zijn linker buurman en deelt zo verder volgens de wijzers van de klok. Nadat iedereen 13 kaarten heeft gekregen begint de gever met het bieden, een procedure waarop we later terugkomen. Hierna begint het spelen; dit houdt in het maken van zoveel mogelijk slagen.

Het maken van een slag gaat als volgt: de eerste speler legt een kaart open op tafel (uitkomen), de tweede speler (volgens de wijzers van de klok) moet nu een kaart van dezelfde kleur op tafel leggen (bijspelen) en evenzo de derde en de vierde speler. Er zijn vier kleuren, te weten schoppen, harten, ruiten en klaveren. Wie de hoogste kaart gespeeld heeft wint de slag; hij moet in de volgende slag het eerst een nieuwe kaart op tafel leggen (voorspelen). Dit gaat zo door totdat er 13 slagen zijn gespeeld. Hierna is het spel afgelopen en wordt er opnieuw gegeven door de persoon die links van de vorige gever zit.

De kaartvolgorde is A H V B 10 9 8 7 6 5 4 3 2.  De 5 hoogste kaarten – aas, heer, vrouw, boer en tien – noemt men honneurs.

Bij het bieden kan men een troefkleur vaststellen (schoppen, harten, ruiten of klaveren). In zo’n geval zijn alle troeven hoger dan de andere kaarten en wordt de kaartvolgorde dus A H t/m 2 van de troefkleur en daarna A H t/m 2 van de overige kleuren. De eerste kaart in een bepaalde slag bepaalt de kleur van de slag. Men spreekt in dit geval van een hartenslag, een klaverslag, een troefslag, enz.

Bij het bieden kan men ook bepalen om het hele spel zonder troef te spelen. Men zegt dan dat er sans-atout (SA) wordt gespeeld; een term uit het Frans: ‘sans’= zonder, ‘atout’ = troef.

Men moet bekennen, dat wil zeggen een kaart van de voorgespeelde kleur bijspelen. Wanneer in een bepaalde slag een speler niet kan bekennen, mag hij die slag troeven (het is niet verplicht, zoals bij klaverjassen) en op die manier de slag winnen. Kan de volgende speler ook niet bekennen dan mag worden overgetroefd, dat wil zeggen een hogere troef worden bijgespeeld en daarmee de slag worden gewonnen (ook overtroeven is niet verplicht).

Kaartwaardering.

Na het geven heeft elke speler een collectie van 13 kaarten in handen.Zo’n collectie noemen we een kaart, een ‘hand’ of  een  ‘spel’. In dit verband spreekt men van een ‘zwak spel’, een ‘sterke kaart’, een mooie ‘hand’e.d. Het is duidelijk dat men een hand met veel honneurs als goed en een hand met weinig of geen honneurs als slecht kwalificeert.

Men krijgt een beter beeld van de kracht van een bepaalde hand door er een waarderingsgetal aan toe te kennen. Dit waarderingsgetal berekent men op de volgende wijze: Tel een aas voor 4 punten, een heer voor 3, een vrouw voor 2  en een boer voor 1 punt (alhoewel een 10 ook een honneur is worden daaraan geen punten toegekend). Die punten tellen we op en het aldus verkregen totaal noemen we het aantal punten van de hand.

♠  A  V  10  3  2

♥  H  B  6

♦  A  2  (=ruiten)

♣  H  V  10  een mooie hand met maar liefst 19 punten:6 in schoppen, 4 in harten, 4 in ruiten en 5 in klaveren.

♠              10  7  5

♥             V  8  4  3

♦              B  10  6  2

♣             10  4       een slecht spel met niet meer dan 3 punten: 2 in harten en 1 in ruiten.

Gemiddeld mag men een hand met 10 punten verwachten; er zijn immers 40 punten te verdelen. Een puntenaantal van 30 of meer komt vrijwel nooit voor; de kans hierop is zo ongeveer gelijk aan 12 goed in de toto. De kans op 0 punten is aanzienlijk groter, 1 op 275 om precies te zijn. Een hand met 0 punten en ook geen tienen noemen we een ‘yarborough’, naar een Engelse Lord die aan een speler 1000 Pond betaalde als hij zo’n kaart in handen kreeg, mits deze speler de lord 1 Pond betaalde voor elk ander spel. Slim, de kans op een yarborough bedraagt 1 op 1828, zodat deze lord beslist geen filantroop was.

Hoewel het aantal slagen dat een partnership in een bepaald spel zal maken niet uitsluitend afhangt van het gezamenlijke puntentotaal (factoren als troevenaantal, verdeling e.d. spelen ook een rol) is er toch wel een verband tussen beide grootheden.

Een tabel daartoe:

punten s a m e n      te maken slagen

20-22                                                          7                    

23-24                                                    8

25-26                                                    9

27-29                                                    10

30-32                                                    11

33-35                                                    12

36-40                                                    13

De leider zegt nu, nadat de dummy is opengelegd, of wel of niet met troef wordt gespeeld en vervolgens hoeveel slagen hij moet maken.  Als de leider het benodigde aantal slagen (of meer) heeft gemaakt, krijgen hij en zijn partner  10 punten per gemaakte slag. Heeft hij niet aan zijn opdracht voldaan dan krijgen beide tegenstanders 50 punten per te weinig gemaakte slag. Hij is dan 'down' gegaan.  

Enkele richtlijnen voor het spelen

 

  • wees niet te haastig met het incasseren van jouw azen. Azen moeten dienen om hoge kaarten van de tegenpartij te vangen. Indien je een aas zomaar voorspeelt vang je slechts kleine kaarten en help je daarmee eerder de tegenpartij dan je eigen maat.
  • In een troefspel is het vaak verstandig om een korte kleur voor te spelen als je aan slag bent. De bedoeling hiervan is dat je je kaarten in die kleur snel kwijtraakt, zodat je in deze kleur later kunt gaan aftroeven.
    In een SA spel is het daarentegen juist verstándig om je lange kleur voor te spelen. Doordat de overige spelers steeds moeten bekennen zal alleen de speler met de meeste kaarten in die kleur hierin op den duur kaarten overhouden en daar uiteindelijk slagen mee maken, er kan immers niet worden afgetroefd!
  • Samenwerking tussen partners is één van de pijlers waarop bridge rust. Samen moet men trachten een zo goed mogelijk resultaat te bereiken, dat wil zeggen zoveel mogelijk slagen maken. Dit houdt onder meer in dat je steeds goed moet opletten welke kleur partner voorspeelt als hij aan slag is; welke kleur hij niet meer kan bekennen, etc. Zodoende kun je trachten zijn bedoelingen te doorgronden, teneinde aan zijn plannen te kunnen meewerken.

 

De derde man doet wat hij kan

Tot slot van deze eerste richtlijnen bovenstaande belangrijke regel die het volgende inhoudt:

Wanneer partner met een lage kaart uitkomt is het bijna altijd verstandig om je hoogste kaart bij te spelen!

 

Les 3. Signaleren en uitkomen.

Bij het spelen is het niet toegestaan om na de uitkomst van partner goedkeurend te knikken of op enigerlei wijze van afkeuring blijk te geven. De kaarten moeten het werk doen!

Tegen een hartencontract komt partner uit met bijvoorbeeld ♦ A. Bevalt de ruitenkleur je, dan kun je partner “verzoeken” om de volgende slag met ruiten te vervolgen door een hogere kaart dan noodzakelijk  bij te spelen (=aanmoedigingssignaal). Spelen we echter onze laagste ruiten bij dan geef je daarmee te kennen geen interesse in die kleur te hebben en zal partner in het algemeen op een andere kleur overstappen.We noemen dat switchen. De aangegeven methode heet hoog-laag signaleren. Er zijn ook spelers die met oneven kaarten aansignaleren of met een lage in plaats van een hoge kaart; dit heet dan omgekeerd signaleren. Aan- of afsignaleren doen we uitsluitend als partner een hoge kaart speelt, meestal een aas én als eerste kaart in een bepaalde slag. De uitkomst noemt men ook wel de Lead. Algemene regels:

1.       van een serie honneurs kom je uit met de hoogste;

2.       kleintje  belooft  plaatje !

3.       uitkomen met 7  of  hoger duidt op  het  ontbreken  van honneurs in die kleur;

4.       Kom tegen een troefcontract n o o i t  onder een aas uit; tegen een SA spel mag dat wel omdat je dan probeert je langste kleur vrij te spelen

 

Les 4. Het snijden. (dit onderdeel moet je goed leren beheersen: consequent zijn! !)

Een heel belangrijke manier om extra slagen te maken is het snijden. Dat is nog méér van belang als je parenbridge speelt, dus de normale gang van zaken op een clubavond.

Stel, in de dummy ligt A  en V, en je hebt zelf bijv. de 3 en de 4  van één kleur en de resterende kaarten van deze kleur zitten op onbekende wijze verdeeld. Je speelt dus de 3 voor en legt in de dummy de V(rouw) dan maak je twee slagen als West de Heer heeft en je wint aldus een extra slag. Heeft Oost de Heer (de Heer zit dan áchter het Aas), dan verliest Zuid de eerste slag aan de Heer, maar zal later toch nog een slag met het aas maken, zodat van een echt verlies eigenlijk geen sprake is.

Een ander voorbeeld:

                               H  B  2

 

                               N

                    W                       O

                               Z

                               A  4  3

Zuid speelt hier eerst het aas en in de tweede slag een kleintje naar H  B toe. Legt west klein dan wordt in noord de Boer gespeeld (met 50 % kans op het maken van 3 slagen)

                               A  3  2

                               N

                    W                       O

                               Z

                               V  B  10

Zuid speelt de Vrouw voor en legt klein in noord, ténzij  west de heer op de vrouw speelt (dat noemt men ‘dekken’). Als west de vrouw niet dekt wordt in Noord een kleintje gespeeld. Lukt de snit, dan wordt deze slag gewonnen met de vrouw. Zuid speelt in de tweede slag de boer voor en het herhaalt zich. Weer 50% kans op het maken van drie slagen in deze kleur. Deze techniek wordt ook wel “doorlopen” genoemd. Je laat de V doorlopen.

 

Les 5. Het bieden.

Alvorens men bij bridge overgaat tot spelen wordt er geboden. Dat is een proces waarbij wordt vastgesteld hoeveel slagen één der partnerships zal trachten te maken,  wie de leider wordt en wat de speelsoort zal zijn. Het partnership dat het hoogste biedt gaat spelen, m.a.w. gaat proberen het eindcontract ( bijv 3 harten) te vervullen. Eén van hen wordt de leider, de andere de dummy. Maar wat is eigenlijk een bod? Een voorbeeld: een speler die een bod doet van 3 harten zegt daarmee: ‘Ik denk samen met mijn partner negen (6+3) slagen te maken met harten als speelsoort (troefkleur)’. Het getal 6 is het zog. “boekje”, de standaard slagen die eigenlijk niet tellen. Het geboden aantal moet volgens een vaste afspraak dus met 6 worden verhoogd.

De speelsoorten hebben van hoog naar laag de rangorde: Sans-Atout (SA), schoppen (), harten (), ruiten () en klaveren (). Dit kun je onthouden met het ezelsbruggetje: schop de harten door de ruiten in de klaveren. Het laagste bod is dus 1 ♣ en dan opklimmend volgens bovenvermelde afspraak. Je kunt ook ‘pas’zeggen, want ook dat is een bod.

Verder kent bridge het bod  ‘doublet’ en  ‘redoublet’.  Dat schijnt overeen te komen met  ‘kraak’ en ‘rekraak’ bij het klaverjassen.

Wat gebeurt er nu aan (de bridge) tafel? Na het geven sorteert iedereen zijn kaarten. De gever doet het eerste bod. De volgende speler doet nu een bod dat hoger moet zijn dan het voorgaande bod, passen uiteraard niet meegerekend, maar hij kan zelf ook passen! Dit gaat zo door totdat niemand meer behoefte heeft het laatste echte bod te verhogen (of te doubleren).  Ofwel: totdat het laatste bod gevolgd is door driemaal ‘pas’.  Je krijgt dus diverse biedbeurten zodat je, indien je een keer hebt gepast, in de volgende biedbeurt weer rustig kan meebieden. Het aldus geboden hoogste bod moet nu worden gespeeld door het partnership dat dit heeft geboden.

Maar. . . .diegene van de 2 die het eerste de uiteindelijk gekozen speelsoort (=bod) heeft genoemd wordt de leider. De speler links van de leider komt nu uit en vervolgens gaat het spelen beginnen.

Een voorbeeld van een biedproces. De dealer (Zuid) heeft een leuke kaart met 15 punten en een vijfkaart in schoppen. Hij begint met bijv.  1 ♠ te bieden.  De volgende speler heeft niet veel bijzonders en zegt ‘pas’.  De partner van de gever heeft 8 punten en een vierkaart schoppen en zegt (dus) 2 ♠..  De vierde speler heeft een mooie kaart met 16 punten en een zevenkaart (!) in ruiten, en biedt  3 ♦. Hij denkt (terecht) wel negen slagen te kunnen maken met ruiten als troefkleur.  De gever is nu weer aan de beurt en hij denkt nog wel negen slagen te kunnen maken met schoppen als troefkleur, dus hij biedt 3 ♠, waarna driemaal wordt gepast. Het eindcontract is dus 3 ♠, te spelen door de gever als leider (hij heeft die kleur het eerst genoemd). Het eerste ‘echte’ bod dat wordt gedaan heet het openingsbod.  Dat kan door de gever worden gedaan, maar als hij past kan de volgende speler openen en past ook deze dan kan de derde speler het openingsbod doen, enz. Het komt ook wel eens voor dat alle spelers passen, dat heet een rondpas. Er wordt dan n i e t  gespeeld en begint aan een volgend spel. Heeft iemand eenmaal het openingsbod gedaan dat heet een bod van zijn partner een bijbod.  Doet de openaar nu een tweede bod dan noemen we dat een herbieding.  Heeft een speler een openingsbod gedaan dan kunnen ook de tegenstanders aan het bieden deelnemen.  Men spreekt dan van tegenbiedingen, maar het e e r s t e  tegenbod  heet ook wel volgbod  of  tussenbod.

Je weet nu weliswaar hoe het bieden in elkaar steekt, maar er zijn nog veel vragen overgebleven. Hoeveel punten moet de kaart bevatten om te openen? Wanneer kun je bijbieden als partner heeft geopend? Wanneer moet je  SA  bieden en wanneer een bod in een kleur? Wanneer moet je stoppen met bieden?

Maar eerst wat bieden  en  spelen om er een beetje in te komen.

Beginregels:

1.       met een kaart (hand) van precies 15, 16 of 17  punten en een evenwichtige verdeling (‘van alles wat’) open je met 1 SA.

2.       met een kaart met 13 of meer punten open je met 1 ♣, 1 ♦, 1 ♥  of  1 ♠. Je biedt eerst je langste kleur en met twee kleuren van gelijke lengte eerst je l a a g s t e  kleur

 

Enkele voorbeelden:

♠    B  6  4  3          14 punten. Je biedt dus 1 harten.

♥    A  B  7  2

♦    H  V  B

♣    V  9

________________________________________________________________________________

 

♠    8  6  2              15 punten, evenwichtige verdeling, dus 1 SA.

♥    H  B  6

♦    A  V  9  4

♣    A  B  5

____________________________________________________________________________________

 

♠    H  5  3  2         13 punten. Open 1 klaveren.  Na 1 ruiten van partner, herbied je 1 schoppen!

♥    A  7

♦    10  9  7

♣    A  V  9  4

Les 6.  Het biedsysteem.

 

Wil men mét zijn partner tot een goed eindcontract komen, dan zal men volgens een bepaald systeem moeten bieden. Men moet afspreken wat bepaalde biedingen betekenen.Een voorbeeld van zo’n afspraak is: ‘Een openingsbod van 1SA betekent een kaart (hand) met 15, 16 of 17 punten en een evenwichtige verdeling’.

Een groot misverstand is, dat het ‘vals’  of ‘gemeen’ zou zijn om met partner zekere afspraken te hebben, maar het tegendeel is waar, maar het is wel zo dat de tegenpartij op de hoogte MOET zijn van de gemaakte afspraken. Incorrect is het derhalve om stiekeme afspraken met partner te hebben. In wedstrijden en gewoon bij clubcompetitie is het zelfs verplicht de tegenpartij de systeemkaart te laten zien, waarop de voornaamste afspraken met betrekking tot bieden en spelen (wijze van signaleren bijvoorbeeld) staan vermeld.

Er zijn talloze biedsystemen in zwang, die veelal fraaie namen hebben, zoals: Precisie, Standard-American, Culbertson etc.  Wij zullen het zog. Acolsysteem hanteren, omdat dat een modern, veel gebruikt en betrekkelijk eenvoudig systeem is. Het Acol-syseem is ontworpen in 1934, maar nog steeds over de gehele wereld populair.

Bij veel bridgers kom je nog het zog. Klaver-systeem tegen, ook wel genoemd Voorbereidende Klaver. De laatste jaren betekent echter de term Voorbereidende Klaver iets heel anders, en is het geïncorpereerd in het systeem bij veel spelers.

We gaan onze biedingen maar eens uitbreiden:

Als partner met 1♣,  1♦, 1♥ of 1♠  heeft geopend mogen we met 6 of meer punten een bijbod doen. Met minder dan 6 punten wordt altijd gepast. Steunen we partners kleur of bieden we 1 SA dan zijn we niet zo sterk  (6-9 punten). Bieden we een eigen kleur dan kunnen we (veel) sterker zijn:

  • een nieuwe kleur op één-hoogte belooft 6 of (veel) meer punten;
  • een nieuwe kleur op twee-hoogte belooft 10 of (veel) meer punten.

 

Bijvoorbeeld:

Partner opent de bieding met  1♥ :

  • we bieden 1 SA of 2 ♥ met precies 6-9 punten;
  • we bieden  1 ♠ met 6 of (veel) meer punten;
  • we bieden 2 ♣  of 2 ♦ met 10 of (veel) meer punten.

 

Een bod van  2 ♠ zullen we niet zo gauw doen. We bieden dan hoger dan nodig omdat we ook 1 ♠ kunnen bieden over 1 ♥.

____________________________________________________________________________________

De puntenberekening

Bridge is een puntenspel. Het enige doel van het spel, behalve natuurlijk gezellig bezig zijn, is het behalen van zoveel mogelijk punten. Men verdient punten als men een geboden contract maakt, dat wil zeggen als men evenveel of meer slagen maakt dan men heeft geboden. Gaat men daarentegen down, dat wil zeggen maakt men minder slagen dan men heeft geboden, dan verdient de tegenpartij punten.

De eerste 6 slagen die men maakt worden niet met punten gehonoreerd. In de speelsoort SA krijgt men voor de eerste te honoreren slag, in feite dus de zevende, 40 punten en voor iedere volgende slag 30 punten. Bij schoppen én harten krijgt men voor iedere slag na de zesde 30 punten en bij ruiten én klaveren is dat 20 punten.

Is het eindcontract 4 SA en maakt men dat contract precies (dat betekent (6) plus 4 = 10 slagen dan krijgt men voor de zevende slag 40 punten en voor de achtste, negende en tiende slag elk 30 punten, in totaal 130 punten.

Is het eindcontract 2 Ruiten en maakt men 9 slagen (8 is vereist, dus 1 overslag) dan krijgt men voor de zevende, achtste en negende slag elk 20 punten, in totaal 60 punten.

Behalve de punten krijgt men voor elk gemaakt contract nog een premie, die afhankelijk is van de hoogte van het contract. Zo is deze premie hoger als men 4 Harten biedt en 10 slagen maakt, dan wanneer men 2 Harten biedt en ook 10 slagen maakt. Maar dat komt omdat 4 Harten een manche is. In kolommen:

                          niet kwetsbaar.                                                              kwetsbaar

deelscore                   50                                                                          50                                                                                                                                     

1 klaveren t/m 3 Schoppen,

4 Klaveren, 4 Ruiten

Manche                       300                                                                        500

3 SA, 4 Harten

t/m 5 SA

Klein-slem                   800                                                                         1250

(6 Klaveren t/m 6 SA)

Groot-slem                  1300                                                                        2000

(7 Klaveren t/m 7 SA)  (300+1000)                                                               (500+1500)

Het lijkt onlogisch dat men voor 3 SA een hogere premie incasseert dan voor 4 Klaveren of 4 Ruiten, maar het is juist het premiestelsel, door Harold S. Vanderbilt in 1925 vastgesteld in zijn beroemde scoretabel, waarvan contractbridge zijn enorme populariteit te danken heeft. Het principe is als volgt: biedt men een contract dat - afgezien van de premie - tenminste 100 punten oplevert als men het precies maakt dan noemt men zo'n contract een manche.

3 SA (1x40+2x30), 4 Harten/Schoppen (4x30),4 SA (1x40+3x30),  5 Klaveren/Ruiten (5x20) etc. zijn m a n c h e s.

Dus 4 Klaveren en 4 Ruiten (4x20) zijn dat niet. We noemen deze contracten d e e l s c o r e s. De hogere kleuren (Harten en Schoppen) hebben dus vaak de voorkeur boven de lageren kleuren (Ruiten en Klaveren).

Ook klein-slem (=alle slagen op één na) en groot-slem (=alle slagen) zijn manches. Men incasseert daarvoor de manchepremie en bovendien nog een slempremie! In de tabel is de som van deze premies weergegeven, alsmede de afzonderlijke premies tussen haakjes. De manchepremie is zoveel hoger dan de deelscorepremie dat het lucratief is de manche te bieden. Dat wordt nogal eens ten onrechte gedaan, hetgeen de veel gebezigde uitdrukking verklaart: "één down is goed bridge".

 

Les 7. Benodigde punten om een contract te kunnen maken.

Voor het maken van 3 SA (het laagste manchecontract) heeft men samen tenminste 25 punten nodig. Dat is meer een richtgetal dan een wet. Het is duidelijk dat men samen 30 punten kan hebben en toch sneuvelt in een 3 SA contract, omdat er bijvoorbeeld één kleur ‘ontbreekt’. Als neveneis voor het vervullen van een 3 SA contract stellen we derhalve dat elke kleur enigszins ‘gedekt’ moet zijn.

Ook voor het maken van een manchecontract van 4 ♥ of 4 ♠ heeft men samen ten minste 25 punten nodig. Daarnaast dient men uiteraard te beschikken over voldoende troeven; het minimale troevenaantal nodig om een kleurencontract te kunnen spelen is acht.

Opnieuw is het getal 25 geen wet van Meden en Perzen; er zijn kaartverdelingen te bedenken waarmee men met heel wat minder dan 25 punten toch 4 ♥  of 4 ♠  zal maken, In zo’n geval zal het gemis aan puntenkracht veelal gecompenseerd worden door een gunstige verdeling en een extra hoeveelheid troeven. Heeft één der spelers bijvoorbeeld een renonce in klaver (dat wil zeggen geen kaarten in die kleur) dan kan men ♣ A van de tegenpartij aftroeven. Zo’n renonce is dan zeker zo waardevol als een aas.

Les 8. Intermezzo.

Voor een goed spelinzicht is het nodig veel te oefenen, dus spellen bestuderen, en je focussen op de 'zitsels'.

Kijk eens naar dit spel:

Noord:

schoppen    :    boer/8

harten         :   boer/9/5/2

ruiten          :   aas/5/3

klaveren      :   vrouw/boer/9/6

oost:

schoppen    :   vrouw/5/2

harten          :   aas/heer/4

ruiten           :   heer/boer/7/4

klaveren        :   heer/10/2

Zuid:

schoppen      :   7/3

harten           :   10/8/7/6

ruiten            :   9/8/2

klaveren        :   aas/8/7/3

West:

schoppen      :   aas/heer/10/9/6/4

harten           :   vrouw/3

ruiten            :   vrouw/10/6

klaveren        :   5/4

Oost mag beginnen met het bieden en biedt 1 SA. Na een pas van Zuid biedt West meteen 4 schoppen!, waarna er 3x wordt gepast.  Noord komt uit met klaveren V. De leider (West dus, want hij had - als eerste - het eindcontract (de 'kleur') genoemd.  Hij moet dus 10 slagen halen, en mag er dus. . . . . . 3 missen. Weetje: in feite tellen de eerste zes slagen niet mee (in de telling). Die zes slagen noemt men ook wel  "het boekje".  N en Z maken twee klaverslagen en ruiten aas. Contract gemaakt, en dat levert kwetsbaar  620 punten op en niet kwetsbaar 420 (altijd 200 minder).

Huiskamervraag : hoeveel slagen  m o e t  je halen  in  een  3 SA (sans-atout) contract???

 

 

 

                                    

 

 

 

 

 

 

 

 

^